Ger Oosterman

goostermanGer Oosterman behoorde in 1978 tot een van de oprichters van Het Dikke Torentje en werd in die beginperiode vrijwel ieder seizoen onbedreigd kampioen van onze mooie club. Om het algemene niveau van onze vereniging op te krikken gaf Ger voor iedere clubavond een half uur lang theorieles en dat bleek erg nuttig te zijn. Deze in 1928 geboren Delftenaar kunnen we nog steeds rekenen tot de familie van de echte schaakbeesten, want als Ger achter een schaakbord zit heeft hij nog maar één doel voor ogen: winnen en nog eens winnen!

Het is eigenlijk onvoorstelbaar, maar Ger Oosterman had als kleine jongen een verschrikkelijke hekel aan schaken. In de periode rond 1935 was Nederland bevangen door een ware schaakkoorts, die veroorzaakt werd door de triomfen van Max Euwe, die het toen zelfs tot wereldkampioen wist te schoppen. Vader Oosterman, zelf een groot schaaktalent, speelde vaak urenlang partijen met zijn broer in de huiskamer. De kleine Ger die daarbij aanwezig was, moest muisstil zijn en mocht de heren vooral niet uit de concentratie brengen.

Jarenlang bleef hij de schaaksport haten, totdat hij er als dienstplichtige in het voormalig Nederlands-Indië opnieuw mee in aanraking kwam. Een soldaat vroeg hem of hij een partijtje wilde spelen en daar ging hij op in. Toen zijn tegenstander even naar het toilet ging vroeg Ger aan zijn daar aanwezige maten hoe de stukken ook alweer liepen. De partij eindigde in remise en na drie maanden werd hij kampioen van zijn eskadron. In de gordel van smaragd werd zo de kiem gelegd voor een lange en mooi schaakcarrière.

Nederlands-Indië bracht Ger niet alleen maar geluk. Tijdens zijn werkzaamheden als huzaar viel hij op ongelukkige wijze van een vrachtauto en daarbij raakte zijn rechterbeen zwaar geblesseerd. Hij werd acht keer zonder veel succes geopereerd en eenmaal terug in Nederland volgde daarna een moeizaam revalidatieproces.

Met een mulo diploma op zak haalde Ger allerlei boekhoudiploma"s en kon hij daarmee uitstekend zijn brood verdienen. In Delft werd hij lid van Delfia, de club van zijn vader. De jonge Jan Timman was ook lid van deze club en die zat daar achter het bord in korte broek, kan Ger zich herinneren. Vader speelde in het eerste tiental en later werd Ger hier ook aan toegevoegd.

Via allerlei nieuwe banen en de bijbehorende verhuizingen werd hij lid van diverse verenigingen zoals Schaakvereniging de Watergraafsmeer in Amsterdam en Schaakvereniging Voorschoten. Altijd speelde hij in de hoogste teams en deed dat niet zonder de nodige successen. Hij schopte het zelfs tot betaald schaker in het Belgische Visee, waar hij per gespeelde wedstrijd 300 gulden mocht toucheren.

Een mooie baan als financieel rapporteur en later groepschef bij Stichting 1940-1945 bracht Ger in 1974 in Eemnes. Hij werd lid van Laren werd daar vrij snel kampioen. Gelukkig vond ook hij dat Eemnes een eigen schaakclub verdiende en daar hebben we nog steeds veel plezier van. Op inmiddels 84-jarige leeftijd is hij nog steeds van grote betekenis voor de club, want hij speelt zowel intern als extern nog steeds ijzersterk en werd kort geleden toch maar even rapid kampioen van HDT.

Bij HDT vreest hij geen enkele tegenstander, hoewel hij Roel wel erg taai vindt. Hij vindt het erg leuk om tegen Jacob Eek te spelen. Ger: “Jacob is erg bedachtzaam en ik ben iemand van de kleine combinaties en daar schrikt hij altijd van.”

Ger Oosterman is de onbetwiste nestor van de HDT en daar is hij zich van bewust: “De leeftijd begint nu toch wel een rol te spelen, want op dit moment heb ik problemen om een gewonnen stelling te verzilveren. Ik weet zeker dat de vorm terug gaat komen, want het is absoluut geen aftakeling.”

Het Koningsgambiet is de favoriete opening van Ger en daar heeft hij een grote theoretische kennis van. Ger: “Gambieten zijn altijd leuk, je hebt dan initiatief en ook ontwikkelingsvoorsprong. Ik heb er pas nog van Oel mee gepakt.”

Ger heeft ook zijn eigen mening over de club: “Ik ben niet erg positief over de toekomst van HDT. Het niveau is te laag en daar komt maar geen verandering in. Oudere mensen zijn helaas vastgeroest in hun gewoontes, ze maken bijvoorbeeld iedere dag hetzelfde wandelingetje en dat zie je ook terug in het schaakniveau van onze club. Je moet gewoon beginnen bij de jeugd en die theoretisch opleiden, zoals ik dat destijds ook deed op de diverse basisscholen in Eemnes. Ze moeten niet aankomen met het verhaal dat alle schaakclubs achteruit gaan. Het gaat om onze club!”


Bob Kat