Andre Hilhorst

ahilhorst

In deze serie ontmoeten we ditmaal André Hilhorst, een van de boegbeelden van onze schaakclub. Deze 30-jarige geboren Eemnesser leidt een druk bestaan als hoofd van de financiële afdeling van een farmaceutische groothandel, en daarnaast slaagt hij erin om maar liefst 4 à 5 avonden per week te besteden aan de mooie schaaksport. We kennen hem allemaal als die bekwame en gedreven competitie-schaker en jeugdleider. Daarnaast, dat weten de meesten niet, bekleedt hij binnen de SGS diverse functies, zoals organisator, schaakleraar, examinator en wedstrijdleider. Ondanks zijn jeugdige leeftijd heeft hij al een heel schaakleven achter de rug, een goede reden om eens te gaan praten met André. Het is de bedoeling dat ik mijn slachtoffers thuis in hun eigen omgeving ondervraag, maar deze keer lukt dat helaas niet. Ik ben namelijk getroffen door een zweepslag, en kan daardoor tijdelijk mijn linkerbeen niet gebruiken. André woont sinds zijn recente verhuizing in de nieuwe Zuidbuurt, als het ware bij mij om de hoek, dus komt hij even langs op ziekenbezoek. Tijdens ons gesprek blijk ik te maken te hebben met een wereldreiziger, hij is al in diverse verre landen geweest, en binnenkort vertrekt hij naar India en Nepal.

 

“Ik ben nogal geïnteresseerd in andere volkeren”’ zegt hij. “Ik reis altijd georganiseerd, maar zorg er toch voor dat ik mijn eigen plan kan trekken.”
Op deze manier zag André eens kans om een Boliviaanse gevangenis te bezoeken en dat maakte grote indruk op hem.
“Ze zitten daar met 4 à 5 man in een cel, dat zijn toch heel andere omstandigheden dan in Nederland. Het is niet best als je daar zit.”
Ik vraag hem of hij op zijn reizen wel eens iets met schaken doet en dat blijkt dus helemaal niet het geval te zijn!
“Daar denk ik onderweg nooit aan, en daar heb ik ook helemaal geen tijd voor”, antwoordt hij mij. “Tijdens het schaakseizoen ben ik al genoeg met schaken bezig.”
Inderdaad, André heeft het maar druk als jeugdleider bij de club, zelf is hij ooit als 10-jarige begonnen bij “Het Dikke Torentje”. Hij won toen praktisch alles, één keer is hij zelfs ongeslagen kampioen geworden bij de jeugd, hij haalde toen een score van maar liefst 100%! Hij kijkt nóg een beetje trots. “Dat was leuk, maar op een bepaald moment gaan ze teveel van je verwachten. Ik was ooit eens gedoodverfd Eemnesser kampioen, maar daar kwam niets van terecht. Ik werd slechts 4e, en een onbekend meisje, ene Clarissa Kempenaar, werd nummer 1!”

Op zijn 12e trad hij al toe tot de senioren, een te grote overgang, zo ondervond hij. “Eigenlijk was ik er ook te jong voor, het was van een heel andere orde. Ze lieten me alle hoeken van het bord zien.”
André deed wat veel jonge schakers op die leeftijd doen: hij verliet de club, en ging heel andere dingen doen. Na een lange onderbreking hervatte hij op zijn 20e zijn schaakcarrière. Vanaf dat moment werd hij een vaste waarde in de vereniging.
Ik wil eens weten of André al eens kampioen is geweest bij de senioren, en dat blijkt niet het geval te zijn. “De laatste jaren ben ik constant 3e, 4e of 5e geworden”, zegt hij. ”Zolang ik zo druk ben met andere dingen zit er niet meer in.”
Ik vraag hem of hij eigenlijk wel de ambitie heeft om kampioen te worden. André peinst even, en verklaart: “Die ambitie heb ik nog niet!.” Ik snap het even niet meer, wat bedoelt hij nou eigenlijk? Je hébt toch de ambitie, of je hebt hem niét? André: “Die ambitie komt nog, maar dan zal ik iets meer tijd moeten besteden aan het schaken zelf, zodat ik me wat beter kan concentreren.”
Ik ben benieuwd naar wat hij van zichzelf vindt als schaker. Blijkbaar heeft hij het één en ander aan zelfanalyse gedaan, want zonder na te denken zegt hij: “Ik ben goed in de opening, redelijk in het vinden van winstvarianten en slecht in het eindspel.”
Bij mij gaat nu opeens een lampje branden, bij André kom ik inderdaad maar zelden aan het eindspel toe….
Hij lacht triomfantelijk: “ Ja, ik forceer meestal de beslissingen in het middenspel!.”
Iedere schaker kent zijn Angstgegner, die van André heet Kor Vegter.
André: “Bij hem staat het bord al na een zet of 6 in brand, dat is altijd heel lastig spelen. Nee, hem zie ik liever niet als tegenstander.” Joop Leeuwenkamp is ook zo’n type dat zijn mouwen opstroopt als hij tegen mij moet spelen. Die bereidt zich volgens mij heel degelijk voor, al zal hij dat nooit hardop zeggen.”
Het is bekend dat André een regelmatige bezoeker is van professionele schaaktoernooien, maar hij heeft geen echte idolen onder de grote cracks. Toch heeft hij een grote bewondering voor met name Judith Polgar en Anand.
André: “Polgar vanwege het feit dat zij zich zo goed tussen al die mannen kan handhaven, en Anand vanwege zijn fenomenale snelheid. Zelf ben ik ook redelijk snel, al heb ik wel de indruk dat ik de laatste jaren toch iets langzamer ben geworden.”
Ik vraag André of hij misschien ook een favoriete opening heeft. Die blijkt hij niet te hebben.

“Ik laat het meestal afhangen van het soort tegenstander”, legt hij uit. “Bij sommigen kan je je wel een openingsgrapje veroorloven, maar bij anderen juist niet. Ik zorg er wel altijd voor dat ik zoveel mogelijk ruimte krijg, want ik ben een speler die dat echt nodig heeft. Hierbij word ik niet gehinderd door een al te grote theoretische kennis. Thuis staan er hooguit 5 schaakboeken in de kast, eigenlijk ben ik tot nu toe veel drukker geweest met het organiseren van allerlei dingen, zoals de jeugdbegeleiding en het jubileum.”
Tot slot ben ik benieuwd naar André’s visie op de club.
André: “Gelukkig zijn er veel jeugdleden, maar er zijn relatief weinig leden tussen de 20 en 45 jaar. Bij de senioren zijn de ouderen dus oververtegenwoordigd en we hebben geprobeerd daar iets aan te doen. Tot nu toe zonder succes, maar ik hoop dat we de ingeslagen weg zullen blijven volgen: gezelligheid, in combinatie met goede prestaties. Want prestaties hebben we zeker geleverd. Kijk maar eens naar onze verrichtingen in de externe competie van het afgelopen seizoen, die mochten er zijn!”

Ons kampioenschap en de promotie zijn zeker dingen om blij mee te zijn, en zo mag de club ook blij zijn met mensen als André Hilhorst, die zich jaar in, jaar uit, uitsloven om onze mooie schaakvereniging draaiende te houden.

Bob Kat