Bob Kat

Bkat"Mijn doorbraak moet nog komen"

Bob Kat is degene die doorgaans interviews voor zijn rekening neemt in de rubriek De mens achter de schaker. Zelf echter moet hij er natuurlijk ook een keer aan geloven. Bij deze dus.
Bob Kat, uitvinder van het rookverbod, woont in de buurt van de Schoter. Aan de Gorhaak bezit Bob een ruime, dertien jaar oude woning; smaakvol en praktisch ingericht. Wat direct in het oog springt, op de Gorhaak, zijn de kleuren in het huis. Voornamelijk bruine tinten, veel hout. Geen blauw. Een schaakbord past er moeiteloos in. Veel licht ook in de woonkamer.
Het is maandagavond 8 uur. Bob maakt in mijn ogen altijd een uiterst bescheiden indruk. Ook nu is dat weer het geval. Je zult hem nooit luidkeels zijn mening horen verkondigen. Dat betekent overigens niet dat hij er geen heeft, maar Bob is meer iemand die de zaken van een afstandje observeert, zo lijkt het wel. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat het beroep van Bob een scherp oog vereist.

Hoewel hij dus uiterst ingetogen overkomt, is het ook in dit geval zo dat schijn bedriegt. Of je het gelooft of niet maar Bob, op de donderdagavond de rust zelfde, leidt overdag een uiterst ruig leven. Hij komt als cameraman op plekken en in situaties die wij als eenvoudige lieden alleen maar kennen van avonturenfilms of van horen zeggen. Tel je daarbij op dat Bob zich heeft omringd met maar liefst vier vrouwen dan kun je gerust spreken van de Indiana Jones van het Dikke Torentje.

Jawel, Bob is in het gelukkige ‘bezit’ van een vrouw plus maar liefst drie dochters! Je kan het slechter treffen natuurlijk. Het moge toeval zijn maar daarnaast zijn ook de hond en de kat nog van het vrouwelijk geslacht. Wellicht dat deze vrouwelijke overdaad een indicatie is waarmee zijn sterke voorkeur voor het Damegambiet kan worden verklaard.

Wat dat schaken betreft: ik heb hem gevraagd hoe hij hiermee in aanraking is gekomen. Bob vertelde dat de echte belangstelling voor het schaken pas in 1972 kwam tijdens het wereldkampioenschap Fischer-Spasski wat toen erg in de belangstelling stond. Zo rond zijn zeventiende, achttiende dus. Bob woonde destijds in Slotervaart. Daar werd hij uitgenodigd door de plaatselijke postbode, tevens gelieerd aan de schaakclub, om eens langs te komen. Bob won zijn eerste partij op de club overtuigend en onmiddellijk. Zo is het dus allemaal gekomen. Het feit dat het schaken op elk niveau leuk en spannend is, en altijd weer anders, heeft ervoor gezorgd dat Bob ermee is doorgegaan en tot de trouwste leden van Het Dikke Torentje moet worden gerekend. Al zo’n tien jaar is hij inmiddels lid.

Bob omschrijft zijn speelstijl als volgt: voorzichtig, maar altijd loerend op een kansje. Een soort counterschaak, maar niet puur verdedigend van aard want: ,,verdedigen is niet leuk”. Momenteel echter gaat het met het schaken wat minder. Net zoals iedere schaker wel eens overkomt (met als uitzondering misschien Jacob Eek) heeft ook Bob op dit moment wat last van een dip. Zelfs het catanacchio-schaak wil hierbij niet helpen. Bob somt hiervoor een groot aantal redenen op en ontziet zichzelf daarbij niet. ,,Het heeft met concentratie te maken. Ik denk soms te lang. Ik zie spoken. Ik heb wel een goed geheugen, maar juist niet voor schaakstellingen en ik laat te snel het koppie hangen”.
Het ontbreekt hem soms aan mentaliteit vindt hij; de wil om te winnen is er niet altijd in voldoende mate. Verder noemt Bob nog zijn gebrek aan kennis. In het bijzonder daar waar het het eindspel betreft. De strekking is mij duidelijk: Bob loopt niet echt over van enthousiasme als hij het over zijn resultaten heeft.
Deze negatieve stemming ten tijde van het interview (voorjaar 2003) is misschien inmiddels wat omgeslagen. Vorig seizoen eindigde Bob, na lange tijd onderaan de middenmoot te hebben gestaan als negende. Het jaar ervoor was hij zeventiende en momenteel is Bob twaalfde op de interne ranglijst. Traditioneel behoort Bob minstens tot de middenmoot. Het is dus duidelijk dat Bob iemand is met aanzienlijk meer potentieel dan zijn positie op de ranglijst doet vermoeden. Dit blijkt ook uit het feit dat hij in het verleden van bijna alle ‘toppers’ wel eens heeft gewonnen!

Bob heeft de moed zeker nog niet opgegeven. Is zelfs niet vrij van ambities. Hij stelt brutaal dat zijn doorbraak nog moet komen. Er zit nog veel in het vat voor hem. Een positie binnen de eerste tien moet voor hem mogelijk zijn. Ik ben het met hem eens. Als het weer wat beter gaat hoopt hij ook weer voor het externe team te kunnen uitkomen.

Rest mij nog te zeggen dat Bob uiterst tevreden is met Het Dikke Torentje. De vraag wat er anders zou moeten bij het Dikke Torentje beantwoordt hij opvallend genoeg door te wijzen op de dingen die juist niet zouden moeten veranderen. Hij noemt hierbij bijvoorbeeld het niveau van spelen. Voor elk wat wils. Hij hoopt wel op nog wat meer leden maar echt veel groter hoeft niet echt. Juist de ‘kneuterigheid’ van Het Dikke Torentje bevalt hem goed. Alweer moet ik hem gelijk geven.


Hier een voorbeeld van een partij van Bob tegen Jacob

Bob Kat - Jacob Eek 

Bkatpartij1.d4 Pf6 2.Pf3 g6 3.c4 Lg7 4.e3 d6 5.Pc3 0–0 6.Dc2 Pbd7 7.Ld3 e5 8.0–0 Te8 9.Te1 Pg4 10.h3 Ph6 11.b3 f5 12.dxe5 Pxe5 13.Le2 Phf7 14.Lb2 c6 15.Tad1 Dc7 16.Td2 a6 17.Pxe5 dxe5 18.Ld1 b5 19.cxb5 axb5 20.a4 bxa4 21.Pxa4 Le6 22.Pc5 Ta2 23.Pa4 Da5 24.Tee2 Tb8 25.Dxc6 Lxb3 26.Lxb3 (zie diagram)

Jacob pakt hier een vergiftigde pion en is wat onvoorzichtig met betrekking tot de verdediging van de achterste lijn. Bob maakt het netjes af.

26.Lxb3 Txb3 27.De8+ Lf8 28.Td7 Pg5 29.Lxe5 en Jacob geeft op,