Dirk Jan Olthof

djolthofEr zitten heel wat soorten schakers op onze club, maar wat mij betreft hebben wij maar één echte oerschaker in ons midden, en dat is Dirk-Jan Olthoff. Het is altijd prachtig om te zien hoe hij zich vastbijt in een partij, één en al concentratie, vechtlust en vastbeslotenheid. Een tegenstander die tijdens de voltrekking van een partij steeds lastiger wordt, want hij beheerst het eindspel als geen ander. Terwijl sommige clubgenoten al op één oor liggen legt hij vaak de laatste hand aan een partij.


In onze interne competitie maakt Dirk-Jan nu een beetje een moeilijke periode door, maar hem kennende komt hij straks gewoon weer terug op het niveau waar hij thuishoort, de top drie van Het Dikke Torentje. Per slot van rekening is hij drievoudig clubkampioen, een grote prestatie.

Met zijn vrouw Betsy en hun bij onze club schakende zoons Paul en Peter woont Dirk-Jan al een aantal jaren in Eemnes. Als kleurmaker bij Sigma en Sikkens bewoonde hij diverse steden en dorpen waar hij zich steeds weer aanmeldde bij de plaatselijke schaakclubs. Al een aantal jaren is hij activiteitenbegeleider in een verzorgingstehuis in Baarn, nadat hij gezondheidsklachten kreeg door het langdurig werken met chemicaliën in de verfindustrie.
De liefde voor de schaaksport ontstond op 15-jarige leeftijd, toen hij het “Oom Jan-boekje” van Max Euwe ter hand nam. Na een serieuze studie hakte hij zijn gehele vriendenkring in de pan op de 64 velden….

D-J: “Om het schaken voor mij interessant te houden speelde ik daarna langdurig met een wat oudere man. Van hem kon ik in het begin maar moeilijk winnen, maar na een jaar was hij toch kansloos tegen mij.
Om religieuze redenen werd ik dienstweigeraar, en moest vervangende dienst verrichten in Den Haag bij de Staatsdrukkerij. Daar meldde ik mij aan bij S.V.Den Haag, waar ik meteen werd getest door een sterke speler en ik verloor maar net! Ze zagen wel wat in me, en ik heb toen in een soort studententeam gezeten dat 2e klas speelde. In die periode is de basis gelegd van de schaker die ik nu ben. Later speelde ik in Zwartsluis, er zat een landelijk spelende dammer op die club die ook heel sterk kon schaken. Bij hem moest je vooral letten op de diagonale lijnen, dat kwam dus door het dammen. Later speelde ik in Kampen. Uiterlijk 23.30 moest ik in het boemeltreintje naar mijn woonplaats Zwolle zitten, en dat leidde tot veel afgebroken partijen. Op die manier ben ik vrij sterk geworden in het eindspel”.

Wat voor een soort schaker is Dirk-Jan eigenlijk?
D.J: “Ik ben een creatieve en aanvallende speler, die graag offert. Ik voel me prettig in ingewikkelde situaties, maar ik ben geen theoreticus. Ik werk graag met paarden, ik vind ze eigenlijk sterker dan lopers. Ik denk dat ik nu niet meer groei, maar dat anderen vooruit gaan. Dan zak je automatisch op de ranglijst”.

Sommige schakers hebben een vaste opening. Dirk-Jan speelt e4 en wijkt daar nooit van af.
D-J: “Deze opening maakt enorm veel varianten mogelijk en als creatief speler voel ik me daar prettig bij. Het is gewoon veel boeiender dan bijvoorbeeld d4. Iedereen kiest uiteindelijk toch de opening die bij hem past. Je ziet op die manier de ziel van de speler terug op het bord. Bij Kor Vegter zie je dat heel duidelijk, hij speelt eigenlijk te voorzichtig, te angstig”.

En zo komen we op de vraag waar Dirk-Jan zélf bang voor is. Wie is zijn Angstgegner?
D.J.: “Op het ogenblik is dat Frits Roskamp. Hij speelt een soort spel dat mij niet bevalt. Er zit eigenlijk geen lijn in, hij hakt alles eraf. Hij speelt ook veel te snel waardoor ik me laat opjagen. Het is allemaal psychologie… Nee, ik speel liever tegen een ander”.

Tijdens zijn partijen zien we Dirk-Jan altijd rondwandelen. Hoe zit dat?
D.J.: “Dat stamt nog uit de tijd dat ik wedstrijdleider was. Toen moest ik wel oog houden op de andere partijen. Ik heb zelf nooit hinder van toeschouwers, ik krijg er zelfs vleugels van!. Op die manier heb ik een paar jaar geleden mijn allermooiste partij gespeeld. Het was in Leusden bij een externe partij, ik zat in een hele moeilijke stelling, en slaagde er toch in te winnen. Toen stond er misschien wel 15 man om het bord”.

Wat vindt Dirk-Jan van Het Dikke Torentje?
D.J: “Het Dikke Torentje is een gezelligheidsclub, een hechte club. Ik vind dat er nog wat meer leden bij mogen en wat mij betreft wordt het afbreken weer ingevoerd. Dat bevordert de kennis van het eindspel en dat beheersen de meeste spelers onvoldoende. Het play-off systeem vind ik maar niets, dat mag van mij afgeschaft worden”.

Hoe staat het met de ambities van Dirk-Jan?
D.J.: “Ik sta nu op de achtste plek en ik freewheel het seizoen maar uit. Ik richt me nu helemaal op de beker en volgend seizoen mik ik weer op een plek in de top drie”.

Bob Kat