Frits Roskamp

Frits RoskampOngeveer 9 jaar was Frits Roskamp toen zijn vader hem de spelregels van het schaken bijbracht. De eerste partijtjes werden gespeeld in huiselijke kring in Zuid-Afrika, waar de familie Roskamp enige tijd woonde. Vader won altijd, maar Frits was meestal wel zijn broertje de baas. Ook in die tijd schaakte Frits in een waanzinnig hoog tempo en dat is nog steeds zijn handelsmerk.

Na de lagere school voltooide Frits de LTS richting elektrotechniek en kwam via deze opleiding terecht in de IT. Hij ging aan de slag bij Philips-Lucent, werd installateur/tester en werd later docent telecommunicatie.

In die periode verdween het schaken volkomen naar de achtergrond en deed Frits soms recreatief aan de damsport. Uiteindelijk begon het dammen hem behoorlijk te vervelen en werd Frits meer en meer geïnteresseerd in de schaaksport die hem toch eindeloze mogelijkheden bood.

In 1999 besloot hij lid te worden van HDT en al snel bleek dat zijn kennis en vaardigheden te kort schoten om concurrerend te kunnen zijn met de meeste overige leden. Voormalig lid André Hilhorst adviseerde hem toen om het stappenplan te volgen en kreeg even later samen met Ron Flink en les van Pascal Losekoot. De vergaarde kennis kwam ook prima van pas om de jeugd te begeleiden zijn de heren inmiddels al jaren actief bij de jeugd, waarvoor hulde.

De opgedane kennis bij Pascal bracht Frits ook verder in de interne competitie van HDT. Op dit moment is hij bezig aan enorme opmars en heeft in het afgelopen seizoen de elocup gewonnen met een moeilijk te overtreffen score van 2000 punten. Het is ook geen toeval dat hij in het afgelopen seizoen zijn allermooiste partij speelde.

Frits: “Jacob speelde in zijn vertrouwde Franse verdediging. Op internet had ik me hier op voorbereid en hij deed precies wat ik wilde. Hij ging helemaal de boot in en gaf op. Hij feliciteerde me nog, maar was volkomen van slag”.

Ook deze partij werd in een fors tempo gespeeld door Frits en dat is dan ook zijn sterke punt, maar misschien ook een zwak punt.

“Als mijn tegenstander zich niet laat meeslepen door mijn moordende tempo en gewoon de tijd neemt om mijn zetten te ontkrachten, kan hij voordeel hebben. Het ideale tempo voor mij is 45 minuten, dan kom ik prima tot mijn recht.”

Hij heeft een favoriete opening en dat is e4.

“Ik speel dit graag vanwege de talloze varianten die mogelijk zijn en dan  is het gewoon wachten op degene die het eerste foutje maakt”.

In alle partijen toont Frits zich een vechter die niet snel opgeeft en bij achterstand blijft loeren op sjoemelkansen. Tijdens partijen bestudeert hij ook het gedrag van zijn opponent. “Ik kijk of mijn tegenstander zenuwachtig is en hoe hij bijvoorbeeld reageert op zijn eigen zetten. Hieruit kan ik eventueel opmaken of een zet inderdaad een blunder is”.

Frits bulkt van de ambitie en vreest geen enkele tegenstander op de club, want van iedereen heeft hij al een keer gewonnen. Hij was al rapidkampioen en zou ook graag eens de knockout willen winnen. Het clubkampioenschap moet volgens hem ook haalbaar zijn.

Zijn concentratie en fitheid hebben wel iets te lijden onder de eerder genoemde activiteiten bij de jeugd.

“Je bent van tevoren toch een uur druk bezig en daarna moet je nog even aan een serieuze partij beginnen. Dat valt niet altijd mee, toch heb ik erg veel plezier bij de jeugd.”

Frits is niet alleen snel in schaken, maar vooral ook in het consumeren van bier. Een beëindigde partij is voor Frits het startsignaal om een fors aantal flesjes Amstel in een moordend tempo te verzwelgen. Op dit gebied is hij al kampioen van de club en tevens hoofdsponsor.

“Ze hebben mij eens medisch onderzocht en toen is gebleken dat ik een abnormaal grote blaas heb van wel 2,5 liter. Ik hoef eigenlijk nooit naar de WC met dit reservoir.”

Frits is behoorlijk tevreden over de club: “Toch zou het wat gezelliger kunnen zijn. Sommigen vertrekken teleurgesteld en vroegtijdig na een verloren partij. De doos met wijn en snacks zou wat mij betreft uitgebreid mogen worden. Ook ben ik een groot voorstander van verlenging van het schaakseizoen. De meeste leden zijn wat ouder en geen kleine kinderen meer thuis. Zomerschaak vind ik ook erg leuk, op deze manier houd je de routine goed bij.”

De toekomst van de club ziet hij hoe dan ook rooskleurig in: “De doorstroming vanuit de jeugd valt nog een beetje tegen, maar er komen toch steeds weer nieuwe leden bij, zoals Jan en Frank. Dat is een goede ontwikkeling.”

 

Bob Kat