Herman Blaauw

hblaauwSommige gebeurtenissen zijn slecht te reconstrueren. Herman Blaauw kan zich in ieder geval niet meer herinneren hoe bij hem als 12-jarige ooit de heftige drang ontstond om schaken te leren. Het blijft raadselachtig, want in het Groningse Gasthuizen deed men gewoon niet aan denksport: in de wijde omgeving viel er  geen schaakbord te bekennen.

Omdat Herman bleef weigeren lid te worden van de plaatselijke voetbalclub, vond zijn moeder een stokdove boerenzoon bereid hem in te wijden in de spelregels van het schaken.

Bij gebrek aan tegenstanders construeerde Herman daarna een soort draaiplateau, waarmee hij talloze partijen tegen zichzelf speelde.

Het aanvalsleerboek van Panov legde de verdere basis onder de schaker die Herman anno 2006 is.

 

Herman: “Na de Mulo werd ik radiotelegrafist bij de Koninklijke Marine, en was in 1976 gestationeerd op Terschelling. Daar werd ik lid van de plaatselijke schaakclub en heb tijdens mijn allereerste clubwedstrijd de theorie van Panov in de praktijk gebracht. Ik speelde toen tegen de plaatselijke boswachter en die zette ik mat in zeven zetten. Vervolgens stond de man op en verween zonder maar iets te zeggen uit het pand.”

 

Hij kan er nog steeds van genieten en demonstreert mij de bewuste zetten. Het bewuste Panov-boekje heeft hij nog steeds in bezit en is inmiddels vergeeld en beduimeld. De pagina’s staan vol met onderstrepingen en aantekeningen. Toch ken ik Herman niet als een uitgesproken aanvallende speler en vraag ik om uitleg.

 

 “Ik heb eigenlijk geen winnaarmentaliteit, ik ben meer een gezelligheidsschaker. Soms heb ik helemaal geen inspiratie, geen plan. Afruilen om het afruilen doe ik nooit, dat vind ik niet leuk. Als ik een goede partij speel en desondanks verlies, dan lig ik daar niet wakker van.

Met wit speel ik het liefst d2 zonder damegambiet en met zwart de Caro-Kann.

Ik kan van iedereen verdragen dat ik van hem of haar verlies, maar er is één uitzondering: Joop Leeuwenkamp. Het zal wel door zijn manier van reageren komen.”

 

Als we Herman observeren tijdens een partij moeten we constateren dat hij volledig opgaat in het spel. Praten doet hij alleen tegen zichzelf. Alleen het bord telt nog, de wereld bestaat niet meer.

 “Door die enorme concentratie vergeet ik alles om mij heen. Helaas vergeet  ik daardoor wel eens de klok, waardoor ik door mijn vlag ga. Het is niet anders. Mijn allermooiste partij is er nog niet, die moet nog gespeeld worden.

Ik zou wel eens willen winnen van Jacob Eek, want tot nu toe ben ik niet verder gekomen dan een remise tegen hem. Ik heb geen kampioensaspiraties, maar ben wel van plan hogerop te komen via zelfstudie. Dat gaat wel wat extra tijd kosten.”

 

En tijd is schaars geworden in Herman’s leven. Sinds een drastische reorganisatie bij de Marine kreeg hij de keuze tussen wonen in Eibergen of heen en weer pendelen vanuit Eemnes. Hij koos voor het laatste en reist nu per auto naar zijn 150 kilometer verderop gelegen werkplek.

 

“Door al dat reizen houd ik geen tijd meer over voor allerlei hobby’s zoals mijn zeilboot die in de haven van Eemnes ligt. Als ik in aanmerking mocht komen voor een plaats in het externe team, dan moet ik helaas nee zeggen.”

 

Herman is gelukkig nog steeds onze bekwame penningmeester, en verricht daarnaast ook de ledenadministratie. De krant wordt door hem verzorgd, en als je langdurig in de lappenmand ligt, is de kans groot dat Herman met een bloemetje aan je bed komt. Een onmisbaar bestuurslid dus, maar ook een bestuurslid met een eigen visie.

 

“Bij HDT schaken we voor ons plezier, we zijn niet puur prestatiegericht bezig. Als je een keer extern verliest krijg je ook nooit op je falie. Ik houd van die ontspannen sfeer waarin iedereen volledig tot zijn recht komt.

Helaas moet ik zeggen dat de toekomst van onze club niet rooskleurig is.

Het is een bekend probleem bij alle schaakclubs, vergrijzing en geen ledenaanwas. We hebben alles al geprobeerd om het op te lossen maar niets helpt. Misschien moeten we het zoeken in een soort van samenwerking met Baarn en Laren, daar wordt nu over nagedacht.

Fuseren is voor mij geen optie, dat wordt het einde van onze club.”

 

 

Bob Kat