Kees de Jong

kdejongIn deze serie is viervoudig clubkampioen Kees de Jong aan de beurt. Kees, die op 18-jarige leeftijd het schaken van “Tante Frans” leerde, heeft zich in de afgelopen decennia ontwikkeld tot een degelijke en gevreesde speler binnen en buiten onze club. Vanaf het eerste uur was hij lid van HDT en heeft sindsdien talloze prachtige partijen gespeeld.
Een goede reden om deze krijger op de 64 velden te bezoeken in zijn woning in de Noordbuurt, waar hij samenleeft met kat, hond en zijn vriendin Clementine.

In de huiskamer vraag ik Kees te poseren bij zijn schaakspel, en dan blijkt hij tot mijn verbazing helemaal geen schaakspel in huis te hebben! Kees analyseert namelijk nooit partijen, en houdt er vreemd genoeg nauwelijks openingstheorie op na. Deze rasindividualist hanteert andere principes die toch succes opleveren.

Kees: “Eigenlijk is haet heel simpel, je moet je stukken dekken. Dat doe ik soms iets beter dan de anderen!”

Deze opvatting prikkelt mijn nieuwsgierigheid, want als speler die iéts teveel partijen verliest, wil ik graag het naadje van de kous weten. Ik vraag hem of het schaakspel echt zo simpel in elkaar zit.

Kees: “Natuurlijk komen er andere aspecten aan te pas. Peter Somers zal het er wel niet mee eens zijn, maar ik denk dat concentratie, doorzettingsvermogen en vastbeslotenheid belangrijker zijn dan schaakkennis op zich. Concentratie is een sterk punt van mij, ik ga daarom ook nooit wandelen tijdens een partij, daarom geef ik liever ook geen simultaan. Ik bijt me er helemaal in vast. Als ik goed uitgerust ben en zelfvertrouwen heb, hoef ik niemand te vrezen, ook geen spelers van Elo 2000. Winst of verlies hangt af van míjn stemming en niet die van mijn tegenstander, die ik als decorstuk beschouw. Ik vecht dan tegen mijn eigen luiheid en faalangst, ik laat me niet meer imponeren. Als ik toch een speler moet noemen die ik meer vrees dan de anderen, moet ik Hans Gevaert noemen.”

Als ik Kees zijn mening vraag over andere clubgenoten, blijkt er een ware psycholoog in hem te schuilen.

Kees: “Het karakter van de speler zie ik in zijn spel terug. Jacob Eek speelt bijvoorbeeld heel degelijk, zonder teveel risico’s en een beetje opportunistisch. Dat is allemaal een beetje illustratief voor zijn persoonlijkheid. Jacob v.d. Sluis is een liefhebber van kunst en literatuur en ook dat weerspiegelt zich in zijn spel. Zo kan je het hele rijtje af gaan!”

Als je de statistieken van onze club eens goed bekijkt, dan zie je dat Kees zich ieder jaar in de strijd mengt rond het kampioenschap.
Deze geboren Hilversummer mag dan ook vergeleken worden met Ajax of Feyenoord binnen het betaalde voetbal. Het zijn ploegen waar verliezen een doodzonde is en Kees denkt er hetzelfde over.

Kees: “Mannen moeten zich meten en vrouwen hebben dat oergevoel nu eenmaal niet. Het liefste zou ik om geld willen spelen, al was het maar om een dubbeltje. Een goede partij heb ik nog nooit gespeeld, ik heb wel eens een goede zet gedaan, de ultieme partij moet nog komen. Mijn meest memorabele partij was de partij om het kampioenschap met Jacob Eek in ’95. Iedereen was al naar huis en wij zaten daar dus helemaal alleen te knokken tegen elkaar. Dat was enorm spannend en gelukkig werd ik kampioen.
Misschien is het ervaring of eventueel intuïtie, maar ik vind dat ik vaak mazzel heb in het spel.”

Tijdens zijn opleiding aan de Kunstacademie te Amsterdam en Utrecht hield Kees zich bezig met tekenen en beeldhouwen. Daarna heeft hij deelgenomen aan allerlei projecten in de kunst.

Kees: “Ik vind het gewoon leuk om dingen in elkaar te zetten, daarom vind ik computers zo interessant. Het zijn bouwdozen waarmee je alles kan maken. In 1990 ben ik begonnen met programmeren en toen internet opkwam ben ik websites gaan bouwen, en dat doe ik nog steeds bij Advance in Hilversum. Mensen zijn uiteindelijk nog boeiender dan computers en eigenlijk zou ik iets heel anders willen gaan doen. Werken in de zorgsector of alleen maar reizen…”

Hopelijk stelt Kees zijn reisplannen nog een tijdje uit, want HDT kan een speler van zijn klasse niet missen. Toch hebben we het een tijdje zonder Kees moeten doen, toen hij een uitstapje maakte naar HSG te Hilversum.

Kees: ”In 1996 was ik kampioen geworden en ik wilde mijn grenzen verleggen. Qua schaken lag het niveau bij HSG een stuk hoger dan bij onze club. Op een bepaald moment speelde ik daar 1e klasse, bijna promotieklasse. De nadruk lag er wel op resultaat, en ik vond het ook een beetje onpersoonlijk daar. Uiteindelijk ben ik om praktische redenen weer terug gegaan naar HDT, want ik werkte toen in Amersfoort en legde die afstand iedere dag per fiets af. Ik had gewoon geen zin meer om ook nog eens naar Hilversum heen en weer te fietsen. Bovendien is onze club een hele leuke club, helaas vergrijst de boel een beetje. De komst van Vincent Pandelaar was voor mij namelijk een stimulans om beter te gaan schaken. Helaas is hij weer vertrokken, ik vind dat de competitie daardoor iets minder interessant is geworden”.

Zo zien we dus hoe belangrijk het is om jongeren bij het schaken te betrekken.

Bob Kat