Paul van der Beek

pvdbeekMaar liefst 32 jaar is Paul v.d. Beek al lid van Het Dikke Torentje en daarmee is hij in lidmaatschapsjaren onbetwist kampioen van de club. Kampioen van de competitie is hij nooit geworden,  toch leverde een geslaagd seizoen ooit de 5e plaats op.

De enige bokaal die hij ooit mocht veroveren, was de befaamde Staalbokaal enige jaren geleden. Paul was goed in vorm en bovendien hielp het geluk hem een handje. De gongopdrachten pakten goed uit en uiteindelijk reed hij trots als een pauw naar huis met de lelijkste bokaal van Nederland in de achterbak.

Het gebrek aan grote schaaksuccessen kan Paul goed verklaren, maar we moeten eerst terug naar zijn vroegste jeugd in hartje Rotterdam, waar hij in 1943 het levenslicht zag. Zoals bekend werd onze havenstad zwaar getroffen tijdens de Tweede Wereldoorlog en het scheelde maar een haartje, of Paul had nooit een schaakstuk kunnen aanraken. Het Engelse leger liet in 1944 een vliegtuigbom vallen en daardoor werd de kleine Paul , gezeten in een kinderwagen, vlak onder zijn linkeroog getroffen door een gemene granaatscherf. Als door een wonder doorstond hij deze aanslag op zijn leven en het enige dat hem nog herinnert aan dit dramatische incident is een litteken op het gezicht. Misschien heeft dit voorval hem mede gevormd tot de man die hij later is geworden.

Als jonge jongen ontdekte Paul de voetbalsport waarin hij excelleerde als linksbuiten. Bij voetbalclub Slikkerveer werd hij samen met Henk Warnas gescout door voetbalicoon Fred Blankemeijer en kreeg hij bij het grote Feyenoord  een jeugdcontract aangeboden.

Paul: “Ik kwam uiteindelijk als linksbuiten in het A1 jeugdelftal en speelde daar met de allerbeste voetballers. Ik verdiende 5000 gulden per jaar en dat was in 1961 een groot bedrag. Mijn specialiteit was de dubbele schaar, vergelijkbaar met de beroemde schaar van Ajacied Piet Keizer, maar dan veel sneller. Deze beweging heb ik destijds eindeloos geoefend en met veel succes  uitgevoerd  bij talloze wedstrijden.”

Helaas werd een veelbelovende loopbaan als profvoetballer in de kiem gesmoord. Paul scheurde zijn meniscus en kon na uitgebreide operaties nooit meer zijn oude niveau halen. Heel jammer, want als getalenteerde, tweebenige linksbuiten had Paul de befaamde Coen Moulijn mogelijk kunnen verdringen van de linkerflank.

Op een veel lager niveau voetbalde Paul gewoon door, maar hij moest daar in zijn latere leven een grote tol voor betalen. Hij kreeg last van artrose en is inmiddels voorzien van twee kunstheupen.

Een mooie carrière als broodvoetballer zat er dus niet in, maar met zijn Mulo-opleiding en Horeca Vakschool Diploma kon hij zich prima redden. RVS verzekeringen bood hem een baan aan als verzekeringsadviseur en uiteindelijk werd zijn loopbaan bekroond met een mooie functie als rayonhoofd in het Gooi. Dat was een behoorlijke promotie, maar er moest wel verhuisd worden.

 

Paul had op 12-jarige leeftijd de schaakspelregels van zijn vader geleerd en had er verder nooit meer iets mee gedaan. Zijn nieuwe buurman in Eemnes, Joop de Wit, was lid van Het Dikke Torentje  en vroeg Paul of hij misschien interesse had in de schaaksport. Een lidmaatschap volgde en Paul zou geen seizoen meer overslaan.

 

Als schaker moeten we Paul eigenlijk vergelijken met de onvoorspelbare voetballer die hij ooit was. Nog steeds wil hij zijn tegenstander verrassen met onverwachte bewegingen en op die manier zet hij zijn tegenstander soms op het verkeerde been.

 

Paul: “Ik doe alles buiten de schaakregels om en ik doe helemaal niets aan theorie. Per ongeluk speel ik wel eens een officiële opening, hoor ik soms later. Ik wil alleen maar aanvallen en verwaarloos daarbij vaak de verdediging. Dat kost me erg veel punten. Ik speel liever een goede partij die ik verlies, dan een slechte die ik win.”

Als ik Paul vraag naar zijn mooiste triomfen bij Het Dikke Torentje, verwijst hij naar overwinningen op Jacob Eek en Kees de Jong.

Paul: “Dat waren wel uitzonderingen. Als ik een goede dag heb en ze onderschatten mij, dan heb ik toch kansen.”

De tegenstander waar hij het meest moeite mee heeft is Hans v.d. Molen. Paul: “Schaken met Hans is wel gezellig, maar zijn speltype ligt me niet. Hij speelt erg conservatief en volgens de regeltjes. Bovendien verbruikt hij veel tijd, daardoor verlies ik mijn concentratie soms”.

Als ras sporter is Paul voorzien van veel goede eigenschappen, waarvan zijn enorme doorzettingsvermogen het meest in het oog springt. Waar iedere andere schaker de koning allang had neergelegd, gaat Paul stoïcijns door. Ook in dit opzicht toont hij zich de keiharde voetballer die hij ooit was.

Paul: “Met Feyenoord hebben we wel eens achter gestaan met 4-1 en uiteindelijk toch gewonnen. Met schaken kan je met 20-0 achter staan en toch nog gelijkspelen met een patje. Ik geef pas op als mijn tegenstander bijvoorbeeld een dame en een toren heeft en ik alleen een pion!”

Bij Het Dikke Torentje is Paul als bestuurslid verantwoordelijk voor publiciteit, ledenwerving en sponsoring. Volgens hem is de crisis merkbaar, want er zijn al veel sponsors afgehaakt.  De toekomst van Het Dikke Torentje zou eigenlijk uit aanwas uit de jeugd moeten komen en daar heeft Paul een uitgesproken mening over.

Paul: “De jeugdafdeling kost veel geld en levert de club weinig op. Jeugd spelers zijn eigenlijk passanten worden zelden senioren. Met ongeveer 20 senioren kunnen we ons nog redden, maar hoe lang gaat dit nog goed? In de toekomst zal een fusie met een andere club onvermijdelijk zijn.”

Bob Kat